Ben je alleen als je alleen bent?

Je zit aan de keukentafel met een kop koffie terwijl het buiten langzaam licht wordt. De radio staat uit, je telefoon ligt in de andere kamer en de stilte in huis is bijna tastbaar. Op dat moment kan er een vlaag van leegte voorbijtrekken, of juist een diep gevoel van samenvallen met de omgeving.

Ben je alleen als je alleen bent?

Deze vraag ligt onder de oppervlakte van ons sociale leven en onze eenzame uren. Het raakt aan de kern van hoe we ons verhouden tot de wereld: is de ander een noodzakelijke opvulling van een gat, of een spiegel van wat er al is?

De formatie van de ander

In het verhaal van Genesis 2:18-25 staat de mens tussen de dieren en geeft ze namen, maar de ervaring van wezenlijke herkenning ontbreekt. Er ontstaat een diepe slaap, een toestand waarin het bewuste, sturende ik even volledig naar de achtergrond verdwijnt. Uit de zijde van de mens wordt de ander gevormd.

Dit beeld toont geen scheiding, maar een onthulling van een innerlijke realiteit. De ontmoeting met de ander wordt niet beschreven als het vinden van iets vreemds, maar als een herkenning van “been van mijn gebeente”. Het is het samenvallen met een deel van jezelf dat eerst onzichtbaar was.

De spiegel van de dag

In het dagelijks leven uit deze dynamiek zich in kleine, herkenbare momenten:

  • De behoefte om een succes te delen, omdat het pas ‘echt’ voelt als iemand anders het heeft gezien.
  • Het ongemak van een stille ruimte waarin je plotseling geconfronteerd wordt met je eigen gedachten.
  • De herkenning in de ogen van een vreemde, waardoor je je even minder afgescheiden voelt van de wereld.

Soms ervaar je die verbinding ook in een landschap of een voorwerp. Je kijkt naar een boom die onverstoorbaar in de wind staat en plotseling herken je diezelfde onverstoorbaarheid in je eigen kern. De grens tussen ‘hier binnen’ en ‘daar buiten’ wordt poreus.

Het innerlijke mechanisme

Vanbinnen werkt een mechanisme dat voortdurend zoekt naar heelheid en bevestiging van het eigen bestaan. Wanneer de aandacht alleen op de buitenwereld is gericht, ontstaat er afhankelijkheid.

  • Identiteit: Je ontleent je waarde aan de reactie van de ander.
  • Twijfel: Zonder externe bevestiging wankelt het gevoel van zelf.
  • Rust: De ontspanning treedt in wanneer de strijd om ‘gezien te worden’ stopt.

De “diepe slaap” uit het verhaal suggereert dat werkelijke verbondenheid ontstaat wanneer de controle wordt losgelaten. In die rust wordt de ander niet langer gezien als een object om een leegte te vullen, maar als een verlengstuk van hetzelfde levende bewustzijn.

Stille landing

Er is een punt waarop de behoefte om iemand te ‘hebben’ plaatsmaakt voor het simpele feit van ‘zijn’. In die staat van transparantie, zonder de bescherming van rollen of maskers, is er geen sprake van tekort. De muren tussen het ik en de wereld blijken slechts een gedachte.

Wat blijft er van je over als er niemand is om je aan te spiegelen?

Tags

Plaats een reactie

In stilte en vertrouwen is je kracht.

Jesaja 30:15