De Kunst van Leven in het Nu

Je kent dat gevoel van een leven dat op papier helemaal klopt. Je hebt een huis, een baan, mensen om je heen en misschien zelfs die dingen waar je jarenlang voor hebt gespaard. En toch, als je aan het einde van de dag op de bank zit, voelt het alsof je naar de film van iemand anders kijkt. De kleuren zijn er wel, maar de smaak ontbreekt.

Het is die vreemde, holle gewaarwording dat je weliswaar alles hebt om gelukkig te zijn, maar dat het geluk zelf ergens onderweg is blijven steken. Je bezit het wel, maar je ervaart het niet.

De tafel die gedekt is voor een ander

Soms lijkt het alsof we ons leven lang een maaltijd voorbereiden die we uiteindelijk niet zelf opeten. We verzamelen ervaringen, we bouwen zekerheden op en we vullen onze dagen met bezigheden, in de hoop dat de optelsom daarvan ons een voldaan gevoel zal geven. Maar de voldoening laat zich niet dwingen door de hoeveelheid op je bord.

Wanneer de verbinding met je innerlijke bron ontbreekt, word je een toeschouwer van je eigen welvaart. Je hebt de middelen, maar niet het vermogen om ervan te genieten. Je bent zo druk geweest met het ‘krijgen’, dat het ‘zijn’ in het gedrang is gekomen. Het resultaat is een diepe, onverklaarbare honger midden in de overvloed.

Waarom ben je een vreemde in je eigen geluk

In Prediker 6:1-12 beschrijft de zoeker een pijnlijk tafereel dat hij “onder de zon” heeft waargenomen. Hij ziet iemand aan wie de bron alles heeft gegeven: rijkdom, bezit en eer. Het ontbreekt deze mens aan niets wat zijn ziel begeert. Maar dan volgt de mokerslag: de persoon krijgt niet de macht om daarvan te genieten; een vreemde eet het op.

Vanuit de metafysica herkennen we hier het fenomeen van de ‘hongerige ziel’. Je kunt honderd kinderen hebben en duizenden jaren leven, maar als je ziel niet verzadigd raakt door het goede, ben je volgens de Prediker slechter af dan een te vroeg geboren kind dat nooit het licht heeft gezien. Het ‘te vroeg geborene’ komt in ijdelheid en gaat in duisternis, maar het heeft tenminste de rust die de rusteloze zwoeger nooit vindt. De Prediker stelt vast dat alle gezwoeg van de mens voor zijn mond is, en toch raakt de begeerte nooit vervuld.

De bodemloze put van het verlangen

Het probleem is niet wat we hebben, maar het mechanisme van ons verlangen. Het menselijk oog en de menselijke begeerte zijn als een bodemloze put. We denken dat we verzadigd zullen raken als we die ene droom waarmaken, maar zodra het doel bereikt is, verschuift de horizon weer. Het verstand probeert de leegte te vullen met meer plannen, meer bezit en meer vragen, maar het dwalen van de begeerte is als het najagen van wind.

De Prediker merkt nuchter op dat alles wat bestaat allang een naam heeft gekregen en dat het bekend is wat een mens is: hij kan niet in rechtsgeding treden met Hem die sterker is dan hij. Dit wijst op onze beperking. We proberen het leven naar onze hand te zetten door te argumenteren en te verzamelen, maar we kunnen de wet van de innerlijke vervulling niet omzeilen. Hoe meer woorden we gebruiken om ons geluk te forceren, hoe meer de ijdelheid toeneemt.

De schaduw van de vluchtige dagen

We leven onze dagen “als een schaduw”, kort en onvoorspelbaar. In die vluchtigheid zoeken we naar houvast. We vragen ons af wat goed is voor de mens en wat er na ons zal gebeuren. Maar de Prediker laat zien dat de focus op de toekomst of op de uiterlijke nalatenschap ons weghaalt uit de enige plek waar het geluk werkelijk ervaren kan worden: het nu.

Wanneer je stopt met het zwoegen voor een denkbeeldige verzadiging in de toekomst, ontstaat er ruimte voor het geschenk van het moment. Het vermogen om te genieten is geen resultaat van hard werken, maar een staat van bewustzijn. Het is de erkenning dat de waarde van het leven niet zit in wat je ervan maakt, maar in de mate waarin je toestaat dat het door je heen stroomt.

De rust in het niet-weten

Uiteindelijk eindigt dit hoofdstuk met vragen waarop geen antwoord komt. Wie weet wat goed is voor de mens? Wie kan vertellen wat er na hem zal zijn? Deze vragen zijn niet bedoeld om ons moedeloos te maken, maar om ons terug te werpen op de essentie.

De vrede die je zoekt, vind je niet door de controle te krijgen over je lot of door je schuren nog voller te bouwen. Ze ontstaat op het moment dat je de vreemde in je eigen huis uitnodigt om aan tafel te gaan. Wanneer je stopt met het bevechten van je omstandigheden en simpelweg aanwezig bent bij wat er is, wordt de maaltijd van het leven eindelijk van jou.

Wat zou er gebeuren als je vandaag stopt met jagen en simpelweg kijkt naar wat er al op je tafel staat?

Plaats een reactie

In stilte en vertrouwen is je kracht.

Jesaja 30:15