Je kent die neiging om alles uit te stellen naar een vage toekomst. “Als ik met pensioen ben, ga ik genieten,” of “Als de kinderen de deur uit zijn, zoek ik de rust op.” We behandelen ons leven als een generale repetitie, terwijl de tijd onverbiddelijk wegtikt. We wachten op de ‘perfecte omstandigheden’ om spiritueel of emotioneel wakker te worden, maar de jaren verzwaren ons ongemerkt.
Het is de tragedie van het menselijk tekort: we besteden onze beste jaren aan het najagen van wind, en tegen de tijd dat we willen stilstaan, protesteert het lichaam en is de geest moe geworden.
De afbraak van het vertrouwde huis
Het leven onder de zon heeft een houdbaarheidsdatum. We bouwen een identiteit op rond onze kracht, onze schoonheid en onze intellectuele vermogens. Maar er komt een tijd dat de ‘wachters van het huis’ (de handen) beven, de ‘sterke mannen’ (de benen) zich krommen en de ‘maalsters’ (de tanden) ophouden met werken. De wereld om ons heen wordt stiller en de vensters waardoor we naar buiten kijken, worden troebel.
Deze biologische afbraak is niet alleen een fysiek proces; het is een metafysische uitnodiging. Wanneer de uiterlijke zintuigen vervagen, wordt de mens gedwongen om naar binnen te kijken. De vraag is alleen: heb je daar een fundament gebouwd terwijl de zon nog scheen, of sta je nu in de kou van een leeg huis?
Waarom wacht je tot de avond om te leren hoe je moet leven
In Prediker 12:1-14 bereikt de zoeker zijn indrukwekkende apotheose. Hij roept op: “Gedenk uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen.” Hij schetst een poëtisch en bijna angstaanjagend beeld van de ouderdom, waarin de poorten naar de straat gesloten worden en het geluid van de molen verzwakt.
In de metafysica staat de ‘Schepper’ voor de innerlijke bron van je wezen. Als je die verbinding niet onderhoudt als je vitaal bent, is het veel moeilijker om haar te vinden als de angst voor de hoogte en de verschrikkingen op de weg (de onzekerheden van de ouderdom) toeslaan.
Het hoofdstuk eindigt met de beroemde beelden van de kwetsbaarheid: het zilveren koord dat wordt losgemaakt, de gouden schaal die verbrijzelt, de kruik bij de bron die breekt. Het zijn de verbindingen tussen de geest en de vorm die onvermijdelijk loslaten. Het stof keert terug naar de aarde en de geest keert terug naar de Bron die hem gegeven heeft.
De prikkels van de wijzen
De Prediker heeft geprobeerd de zinloosheid aan te tonen, niet om ons depressief te maken, maar om ons wakker te schudden. Zijn woorden zijn als “prikkels” of als “ingeslagen spijkers”. Ze doen pijn omdat ze onze illusies doorboren. Hij waarschuwt dat er aan het maken van vele boeken geen einde komt en dat veel studie het lichaam vermoeit. Je kunt de waarheid niet ‘verzamelen’ door meer informatie; je moet haar zijn.
De essentie van al zijn gezwoeg en onderzoek komt neer op één eenvoudige conclusie: “Vrees God en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen.” In een moderne, metafysische vertaling betekent dit: leef in ontzag voor de universele wetten van liefde en eenheid, en handel in overeenstemming met je hoogste innerlijke waarheid. Dat is de enige vaste grond in een wereld die verder uit enkel damp bestaat.
De rust na het oordeel
Uiteindelijk zal elk werk door de Bron “in het gericht worden gebracht”. Dit is geen dreigement van een straffende God, maar de wet van weerspiegeling. Alles wat je denkt en doet, heeft een energetisch gewicht. Aan het einde van de rit blijft alleen over wat echt was. De maskers vallen af, de bezittingen blijven achter, en wat overblijft is de kwaliteit van je bewustzijn.
De rust die de Prediker aan het einde vindt, is de rust van de totale desillusie. Wanneer je niet meer verwacht dat de wereld onder de zon je blijvend geluk zal geven, ben je eindelijk vrij. Je hoeft niet meer te jagen. Je kunt de kruik laten breken, omdat je de Bron in jezelf hebt gevonden. De tijdloze geest is niet onderworpen aan de slijtage van de jaren.
De thuiskomst in het nu
Dit sluitstuk van de Prediker is een krachtig pleidooi voor radicale aanwezigheid. Wacht niet tot de amandelboom bloeit en de sprinkhaan zichzelf tot een last wordt. Zoek de vrede nú, in de kracht van je leven.
De vrede die je zoekt, vind je door te accepteren dat de uiterlijke vorm tijdelijk is, maar dat de waarnemer in jou nooit sterft. Wanneer je het zilveren koord van je gehechtheid aan resultaten loslaat, ontdek je dat je niet valt, maar gedragen wordt door de eeuwigheid die je altijd al was.
Wat is het ene ding dat je vandaag zou doen als je wist dat al het andere slechts damp is?

Plaats een reactie